Wet Betaald Ouderschapsverlof en andere verlofregelingen rondom de geboorte van uw kind

Begin augustus van dit jaar is de zogenaamde ‘Wet Betaald Ouderschapsverlof’ (hierna: WBO) in werking getreden, waardoor werknemers 9 weken aanvullend ouderschapsverlof kunnen opnemen. Dit is echter niet de enige vorm van verlof rondom de geboorte van een kind. In de Wet arbeid en zorg (hierna: WAZO), waarin ook de WBO is opgenomen, zijn de volgende vormen van verlof geregeld waarop werknemers aanspraak kunnen maken:

  • Zwangerschaps- en bevallingsverlof
  • Calamiteitenverlof
  • Geboorteverlof
  • Aanvullend geboorteverlof
  • Ouderschapsverlof

1. Zwangerschaps- en bevallingsverlof

Vrouwen hebben recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof voor een periode van 16 weken. In de periode vóór de bevalling heeft de werknemer recht op zwangerschapsverlof en ontvangt tijdens dit verlof een zwangerschapsuitkering. Het zwangerschapsverlof gaat in tussEn 6 weken en 4 weken vóór de dag na de uitgerekende datum (flexibiliseringsperiode).

Voorbeeld:
De werknemer is 1 december uitgerekend. De dag daarna is 2 december. Het verlof gaat in tussen 6 en 4 weken vóór 2 december. Derhalve tussen 21 oktober en 4 november. De werknemer bepaalt zelf op welke dag binnen deze periode het verlof ingaat.

Na de bevalling heeft de werknemer recht op bevallingsverlof en een bijhorende bevallingsuitkering van minimaal 10 weken. Het bevallingsverlof gaat in op de dag na de geboorte van het kind. Het verlof duurt minstens 10 weken. Ook als de baby later dan de uitgerekende datum wordt geboren. Het zwangerschaps- en bevallingsverlof duren dan langer dan 16 weken.

Voorbeeld:
De werknemer stopt 6 weken voor de dag na de uitgerekende datum met werken, maar de baby wordt 2 weken na deze datum geboren. De werknemer heeft dan 8 weken zwangerschapsverlof en 10 weken bevallingsverlof. In totaal heeft de werknemer 18 weken verlof.

Wanneer de baby te vroeg wordt geboren, worden de dagen dat het zwangerschapsverlof korter duurde opgeteld bij het bevallingsverlof, want de totale verlofperiode is immers minimaal 16 weken.

Het UWV berekent de uitkering voor het zwangerschaps- en bevallingsverlof (en voor het aanvullend geboorteverlof en het ouderschapsverlof) over het dagloon van de medewerker door;

  • de datum van 1 maand voor het verlof van de medewerker te nemen. Vanaf deze datum wordt het SV-loon tot een jaar terug berekend. 
  • Het SV-loon wordt gedeeld door 261 werkbare dagen. Indien de medewerker korter dan een jaar in dienst is, wordt het SV-loon gedeeld door het aantal dagen dat de medewerker betaald kreeg. 

De uitkomst hiervan is het dagloon. De uitkering van het zwangerschaps- en bevallingsverlof is 100% van het (maximale) dagloon. Het maximale dagloon bedraagt € 232,90 per dag (2022). Dit is gelijk aan € 5.065,58 bruto per maand.

2. Calamiteitenverlof

De partner van de zwangere werknemer kan voor het bijwonen van de bevalling calamiteitenverlof opnemen. Het verlof duurt zolang het nodig is op bij de bevalling aanwezig te zijn. Ook voor het aangeven van de geboorte op het gemeentehuis kan calamiteitenverlof worden opgenomen en hiervoor hoeft geen geboorteverlof te worden opgenomen. De werknemer heeft recht op dit verlof met behoud van loon.

3. Geboorteverlof

Sinds 1 januari 2019 krijgen partners na de bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner, de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont of degene van wie de werknemer het kind erkent, eenmaal het aantal werkuren per week aan geboorteverlof. Het verlof moet worden opgenomen, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling, binnen 4 weken nadat het kind geboren is. Dit geldt ook als het kind eerst nog een tijdje in het ziekenhuis moet verblijven. De periode van 4 weken verschuift daardoor niet.

 

De werknemer moet de werkgever vooraf of zo snel mogelijk na de geboorte informeren dat verlof wordt opgenomen. Dit kan zowel mondeling of schriftelijk. De werkgever mag dit verlof niet weigeren. Evenals bij de calamiteitenverlof heeft de werknemer recht op verlof met volledig behoud van loon. 

4. Aanvullend geboorteverlof

Sinds 1 juli 2020 kunnen partners maximaal 5 weken (5 keer het aantal werkuren per week) aanvullend geboorteverlof opnemen. Tijdens het verlof krijgt de partner geen salaris, maar een uitkering van het UWV. Partners hebben recht op aanvullend geboorteverlof als het kind op of ná 1 juli 2020 geboren wordt. Zij moeten het aanvullend geboorteverlof opnemen binnen 6 maanden na de geboorte van het kind, maar wel eerst het geboorteverlof van 1 week hebben opgenomen.

 

De werkgever mag het verzoek om aanvullend geboorteverlof niet weigeren. Wel kan deze  de verdeling van de werkuren weigeren, maar dit is alleen mogelijk als het verlof het bedrijf ernstig in de problemen brengt.

 

Het UWV berekent de uitkering voor het aanvullend geboorteverlof over het dagloon van de medewerker. Werknemers krijgen op grond van de WAZO recht een uitkering van het UWV ter hoogte van 70% van het (maximale) dagloon. De werkgever vraagt de uitkering aan bij het UWV en betaalt deze aan de werknemer uit. Indien de werkgever hiervoor kiest bij de aanvraag, is het mogelijk dat de uitkering direct door het UWV aan de werknemer worden uitgekeerd.

 

Voorbeeld:

  • Een werknemer met een berekend dagloon door het UWV van € 350,00 ontvangt niet meer dan 70% van het maximale dagloon ad € 232,90. In dit geval is het maximale bedrag van de uitkering € 163,03 per dag. Dit is gelijk aan een brutobedrag van € 3.545,90 per maand.
  • Een werknemer met een berekend dagloon door het UWV van € 200,00, ontvangt een uitkering van 70% van het dagloon. In dit geval ontvangt de werknemer een uitkering van het UWV ter hoogte van € 140,00 per dag. Dit is gelijk aan een brutobedrag van € 3.045,00 per maand.

5. Ouderschapsverlof

Vanaf 2 augustus 2022 kunnen werknemers betaald ouderschapsverlof opnemen en daarvoor een uitkering van het UWV krijgen. Werknemers hadden de mogelijkheid al om tot het achtste levensjaar van het kind 26 maal de arbeidsduur per week aan onbetaald ouderschapsverlof op te nemen, maar met het betaald ouderschapsverlof wordt beoogd om ouders de mogelijkheid te geven om van deze 26 weken voor maximaal 9 weken betaald verlof op te nemen.

Werknemers krijgen op grond van de WBO recht op een uitkering van het UWV ter hoogte van 70% van het (maximale) dagloon. Het UWV berekent de uitkering voor het ouderschapsverlof op dezelfde wijze als de uitkering op basis van het aanvullend geboorteverlof. Wel is het mogelijk dat in de CAO of arbeidsovereenkomst uitzonderingen zijn geregeld, waardoor de uitkering wordt aangevuld door de werkgever.

Voor vrouwen zal dit ouderschapsverlof bovenop het bestaande zwangerschaps- en bevallingsverlof van 16 weken komen. Door de inwerkingtreding van de WBO zullen vrouwen in totaal recht hebben op 25 weken betaald verlof in plaats van de 16 weken waar ze al recht op hadden. Ook voor mannen komt het ouderschapsverlof bovenop het bestaande betaalde geboorteverlof. Door de inwerkingtreding van de WBO zullen mannen in totaal recht hebben op 15 weken betaald verlof in plaats van 6 weken waar ze tot voor kort recht op hadden.

De wet zal ook van toepassing zijn voor ouders met een kind dat jonger is dan één jaar. Hierbij geldt wel de voorwaarde dat het aantal wettelijke ouderschapsverlofuren nog niet is opgenomen en dat de ouder nog werknemer is. Tevens dient de werknemer minimaal één week over te hebben van het onbetaalde ouderschapsverlof. Het aanvragen van een uitkering door de werkgever is namelijk alleen mogelijk in gehele (werk)weken. Wordt aan deze voorwaarden voldaan, dan volgt een recht op betaald verlof middels een UWV-uitkering ten aanzien van de resterende wettelijke ouderschapsverlofuren totdat het kind de leeftijd van één jaar heeft bereikt.

Om aanspraak te kunnen maken op het ouderschapsverlof moet de werknemer minimaal 2 maanden van tevoren een schriftelijk verzoek hebben ingediend bij de werkgever. Hierbij moet de werknemer ingaan op welke manier hij de verlofuren op wil nemen en hoe hij deze wil verspreiden. De werknemer kan de werktijden 1 jaar aanpassen, maar als de werkgever akkoord gaat, kan deze periode langer duren.

De werkgever mag het verzoek om ouderschapsverlof niet weigeren. Wel kan deze de verdeling van de werkuren weigeren. Dit kan tot 4 weken voor de ingangsdatum van het ouderschapsverlof, maar is alleen mogelijk als het verlof het bedrijf ernstig in de problemen brengt. Bij dergelijke situaties moet de werkgever in overleg met de werknemer tot een andere verdeling van de verlofuren komen.

De totale omvang van het wettelijke ouderschapsverlof bedraagt nog steeds 26 weken maal het aantal uren van één werkweek op grond van de WAZO. Een werknemer mag het verlof ook nog steeds gedurende de eerste 8 levensjaren van het kind opnemen. De voorwaarde voor het betaalde ouderschapsverlof is echter wel dat de werknemer deze alleen in het eerste jaar en voor 9 weken kan opnemen. Het aantal uren/dagen dat de werknemer hierna eventueel nog overhoudt kan nog wel tot het achtste levensjaar onbetaald worden opgenomen.

Indien sprake is van adoptie van een kind, kan een ouder betaald verlof opnemen binnen één jaar na de adoptie mits het kind de leeftijd van acht jaar nog niet heeft bereikt.

Indien een werknemer minimaal 2 maanden voor het verlof een verzoek heeft ingediend bij de werkgever, is de werkgever gehouden aan het aanvragen van de UWV-uitkering. Het aanvragen van de uitkering kan, evenals bij de aanvraag van het zwangerschaps- en bevallingsverlof en het aanvullend geboorteverlof, via de verzuimmelder of Digipoort. De werkgever vraagt de uitkering betaald ouderschapsverlof aan voor de werknemer, daarbij kan de werkgever kiezen of hij de uitkering in één keer of in delen wil gaan ontvangen:

  • Als de werkgever de uitkering in één keer wil ontvangen, dan kan hij deze aanvraag indienen nadat de werknemer het hele verlof heeft opgenomen. Deze aanvraag is ook meteen het betaalverzoek voor de gehele uitkering.
  • Als de werkgever de uitkering in delen wil ontvangen, dan doet hij een aanvraag met het eerste betaalverzoek nadat de werknemer een deel van het verlof heeft opgenomen. Hierna kan de werkgever nog maximaal 2 betaalverzoeken indienen. Het tweede en derde betaalverzoek kunnen pas worden ingediend nadat de aanvraag met het eerste betaalverzoek is goedgekeurd door het UWV.

Daarnaast is het aanvragen van de uitkering alleen mogelijk voor gehele werkweken, maar is het wel mogelijk om het verlof flexibel te spreiden gedurende het eerste levensjaar van het kind. Zo kan de werknemer bijvoorbeeld wekelijks een dag per week minder gaan werken.

Indien een werknemer ziek wordt tijdens het betaalde ouderschapsverlof loopt de situatie gewoon door. De werkgever betaalt alleen de uren waarvoor geen ouderschapsverlof is opgenomen. De werkgever en werknemer kunnen eventueel wel afspreken dat het verlof op een later moment wordt ingehaald. Wanneer er sprake is van een volledig zieke werknemer is het opnemen van ouderschapsverlof niet mogelijk.

Wij begrijpen dat de verlofregelingen veelomvattend en complex zijn. Mocht u naar aanleiding hiervan vragen hebben, dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen.

Geschreven door Rick Fransen – Fiscalist, Financieel & Estate Planner

Augustus 2022

Vrijblijvend kennismaken?

Rick Fransen
Belastingadviseur/Financieel Planner/Estate planner
rick-fransen-570x570